Recentelijk heeft de Monitoringscommissie Code Pensioenfondsen de Nalevingsrapportage over 2020/2021 gepubliceerd. In deze rapportage heeft de commissie de focus gericht op de werking van het interne toezicht en hoe het intern toezicht de Code Pensioenfondsen gebruikt en toeziet op de naleving ervan. In dit artikel belichten wij de belangrijkste punten uit dit rapport.
Net als in voorgaande jaren heeft de Monitoringscommissie het onderzoek verricht door middel van onder andere één op één gesprekken met pensioenfondsen, rondetafelbijeenkomsten en periodieke overleggen met- en gegevens van de toezichthouders.
Uit het gevoerde onderzoek blijkt dat het intern toezicht goed op de hoogte is van de Code Pensioenfondsen en deze gebruikt om gesprekspunten te agenderen. De Code Pensioenfondsen wordt als een praktisch instrument beschouwd. Dit duidt op een groot draagvlak voor de Code onder het intern toezicht. Verder wordt geconstateerd dat het intern toezicht sinds de introductie en de versterking duidelijk geëvolueerd is.
Mogelijke verbeteringen liggen op het vlak van diversiteit. Alhoewel de normen rond diversiteit goed bekend zijn bij het intern toezicht, volgt uit de cijfers dat nog altijd meer dan 20 pensioenfondsen fors achterblijven bij het voldoen aan de diversiteitsnormen, en dan met name aan norm 33 van de Code Pensioenfondsen die voorschrijft dat er ten minste één vrouw en één man zitting hebben in het bestuur, van zowel boven als onder de 40 jaar.
Naast de belangrijkste uitkomsten, deelt de Monitoringscommissie in de rapportage de volgende aanbevelingen:
01
De Monitoringcommissie beveelt het intern toezicht aan om een toezichtvisie op te stellen, te publiceren en daarin onder meer aandacht te schenken aan:
02
De Monitoringcommissie signaleert dat de risicobereidheid en het risicodraagvlak van deelnemers toenemen in belang. De Monitoringcommissie beveelt het intern toezicht aan om bij (gesprekken over) het bepalen van de risicohouding het thema ‘vertrouwen waarmaken’ te betrekken en te blijven zoeken op welke wijze de stem van de deelnemer door kan klinken in het beleid en de beleidsbesluiten van het pensioenfonds. Dat kan door gespreks- en focusgroepen naast onderzoeken onder deelnemers.
03
De Monitoringcommissie adviseert dat ieder pensioenfonds een schriftelijk diversiteitsbeleid formuleert dat de toepassing van de normen 31, 32 en 33 in onderlinge samenhang beschrijft en aangeeft hoe zij inclusie vormgeven. Daarbij past het om diversiteit te verbreden naar culturele diversiteit en competenties. Het diversiteitsbeleid dient verder betrekking te hebben op alle organen van het fonds, zeker ook het interne toezicht. Over de vorderingen in het diversiteits- en inclusiebeleid kan jaarlijks in een narratief gerapporteerd worden. De Monitoringscommissie benadrukt voorts het belang van een schriftelijk diversiteits- en inclusiebeleid, waarin de ontwikkelingen zijn beschreven in termen van gedrag en cultuur.
04
Voor het intern toezicht doet de Monitoringcommissie de aanbeveling om overleg en kennisuitwisseling binnen én vooral buiten de eigen organisatie te bevorderen. Tevens om ook buiten de pensioensector de actuele ontwikkelingen in het denken over goed bestuur te betrekken bij het uitoefenen van intern toezicht. Daar ligt winstpotentieel door kennis uit te wisselen op de onderdelen toezichtperspectief, stakeholder communicatie en diversiteit/inclusie.
05
De Monitoringcommissie beveelt aan om bij een eerstvolgende herziening van de Code Pensioenfondsen het aantal normen te verminderen en de code compacter te maken. De Monitoringcommissie vraagt daarbij tevens aandacht voor het onderscheid tussen een beperkte set harde normen die extern toetsbaar zijn en normen (thema’s en principes) waarover in de vorm van een narratief gerapporteerd wordt.
Voor meer informatie kunt u contact opnemen met Mike Veerman of Bart Mooren.