Ga naar de hoofdinhoud
main content, press tab to continue
Artikel | Pensioen Update

Voortgangsrapportage monitoring Wet toekomst pensioenen

Door Wichert Hoekert | Februari 17, 2025

De tweede voortgangsrapportage over de pensioentransitie bespreekt verduidelijkingen in wetgeving, inzet van reserves, lessen van koploperfondsen en AFM-adviezen voor betere communicatie en evenwichtige transities.
Retirement
Pensioenakkoord

Op 30 januari is de tweede voortgangsrapportage van de monitoring aan de Tweede Kamer gezonden, in voorbereiding op het (uitgestelde) kamerdebat.

In de brief wordt ingegaan op enkele punten waarop wet- en regelgeving zijn verduidelijkt (zoals inzake gelijke aanpassingen in de uitkeringsfase, de kostenvoorziening en de toepassing van de standaardregel voor premieovereenkomsten). Op één punt wordt in de brief verduidelijking geboden, namelijk inzake de inzet van solidariteits- of risicodelingsreserve ter voorkoming (of beperking) van een verlaging van uitkeringen op het transitiemoment. Nadat daar eerder twijfel over was, omdat de reserves bedoeld zouden zijn ter reparatie van tegenvallers die zich binnen het nieuwe (en niet in het oude) stelsel voordoen, heeft het ministerie nu aangegeven dat die inzet (uiteraard mits evenwichtig, en door sociale partners als doelstelling benoemd) toegestaan is.

In samenwerking met DNB en de Pensioenfederatie werkt het ministerie aan een stappenplan aan de hand waarvan fondsen de evenwichtigheid van de transitie kunnen onderbouwen. Dat stappenplan wordt binnenkort publiek gemaakt.

Uit de ervaringen van de drie koploperfondsen zijn verschillende lessen te trekken. Zo doen fondsen er goed aan een gedetailleerd invaardraaiboek bij te houden en meerdere proeftransities uit te voeren. Halverwege 2025 volgt een uitgebreidere evaluatie van de transities die hebben plaatsgevonden. De Pensioenfederatie noemt het ‘zonneklaar’ dat de capaciteit in de sector niet toereikend is om de transitie bij alle fondsen met een soortgelijke intensiteit te laten verlopen als het geval is geweest bij de drie koploperfondsen.

DNB wijst, mede naar aanleiding van opgedane ervaringen, op het belang van bestuurlijke betrokkenheid (beschikbaarheid en flexibiliteit), gebruik van partiële beoordelingen en goede vastlegging van tussentijdse besluitvorming. DNB geeft ook aan ernaar te zullen streven fondsen duidelijkheid te verschaffen over resterende doorlooptijden van beoordelingen.

De cijfermatige informatie over de vormgeving van de transitie lijkt in de brief niet overal geheel adequaat weergegeven. Zo zou in 75% van de gevallen compensatie voor de afschaffing van de doorsneesystematiek worden gespreid over tien jaar, en zou compensatie in ruim de helft van de gevallen alle leeftijden betreffen. Ons beeld is dat verreweg de meeste fondsen compensatie ineens toekennen, en in alle gevallen enkel aan actieve deelnemers vanaf middelbare leeftijden.

De AFM juicht toe dat veel fondsen voornemens zijn twee tot drie maanden voor transitie de transitiecommunicatie te verzenden, en niet pas één maand vantevoren. De peildatum zou daarbij zo recent mogelijk moeten zijn. Voor zover dat niet te realiseren is is extra aandacht nodig voor mutaties sinds de peildatum. Voorbereidende werkzaamheden voor de transitiecommunicatie moeten tijdig beginnen, en niet wachten op verklaring geen bezwaar van DNB – die kan immers zelfs tot na het verstrijken van de uiterste verzenddatum op zich laten wachten. De AFM doet drie concrete observaties over evenwichtigheid en duidelijkheid van de communicatie:

  • Eerdere communicatieboodschappen moeten toewerken naar de transitie-overzichten;
  • Persoonlijke toelichtingen moeten beter, ook om onrealistische verwachtingen te vermijden. Die kunnen ontstaan door de hoge uitkomsten in optimistische scenario’s. De sector heeft oplossingsrichtingen voorgesteld;
  • Uitleg moet niet generiek zijn maar passend bij de situatie van de deelnemer.

Een zorgvuldig proces, met betrokkenheid van verschillende expertises, moet eraan bijdragen dat te voorkomen fouten zich niet voordoen. De AFM noemt als voorbeelden daarvan onjuiste toepassingen van de uniforme rekenmethodieken, verkeerde scenariosets, berekeningen die niet aansluiten bij genomen bestuursbesluiten en inconsistenties tussen de aannames in de huidige en de nieuwe regeling.

Voor meer informatie kunt u contact opnemen met Wichert Hoekert

Auteur


Member of the Retirement leadership team

LinkedIn|Twitter


Related content tags, list of links Artikel Pensioen Update Pensioen Pensioenakkoord
Contact us